Verticale landbouw deel 13
Je moet kijken naar het licht waar planten op reageren
Zoals we al zeiden: de fytochromen zorgen ervoor dat planten reageren op rood (R) en verrood (FR) licht. Ze kunnen een beetje veranderen, alsof ze een aan- en uitknop hebben. De ene stand is inactief (Pr) en de andere is actief (Pfr).
Wat is inactieve Pr- en actieve Pfr-toestand?
Je kunt de twee standen van fytochromen zien als een soort dag- en nachtstand voor de plant.
De dagstand (Pfr) is de actieve vorm. Dat betekent dat het fytochroom nu iets doet in de plant. De nachtstand (Pr) is de inactieve vorm. Dan doet de fytochroom even niks.
Hoe werkt dat precies?
Als de dag begint of als er licht aangaat, verandert de inactieve vorm (Pr) in de actieve vorm (Pfr). Dat komt doordat de actieve vorm (Pfr) vooral rood licht opvangt, en dan met name rood licht van ongeveer 660 nm.
Als er verrood licht is (ongeveer 730 nm) of als het donker wordt, dan verandert de actieve vorm weer terug naar de inactieve vorm. Je kunt dus zeggen dat rood licht de
“aan”-knop is en verrood licht of donker de “uit”-knop voor de fytochromen.
En wat betekend dit voor de groei van de plant?
De nachtstand (Pr) verandert vooral door rood licht (R) in de dagstand (Pfr). Als de plant in de dagstand staat, groeit hij minder in de lengte.
De dagstand (Pfr) verandert weer terug naar de nachtstand (Pr) door verrood licht (FR). In de nachtstand kan de plant juist weer meer in de lengte groeien.
Als er weinig rood licht is in verhouding tot verrood licht (lage R:FR), dan kunnen planten sneller omhoog groeien dan planten in de buurt. Zo proberen ze meer licht te vangen als ze dicht op elkaar staan.
Van het verrood licht naar het blauw licht.
Planten reageren ook op blauw licht (B). Dit wordt vooral geregeld door andere “lichtvoelers” in de plant, die cryptochromen en fototropinen heten, maar ook een beetje door de fytochromen.
In de schaduw is er minder blauw licht. Als er weinig of geen blauw licht is, reageren planten een beetje hetzelfde als wanneer er weinig rood licht is in verhouding tot verrood licht (lage R:FR). Ze proberen dan ook sneller omhoog te groeien om uit de schaduw te komen.
Als er tegelijkertijd weinig rood licht (in verhouding tot verrood licht) én weinig blauw licht is, dan worden de stelen van de bladeren extra lang. Dit kan handig zijn in de verticale landbouw, waarbij planten in lagen boven elkaar groeien. Door deze omstandigheden na te bootsen, kunnen de planten goed groeien.
Wanneer welk licht gebruiken?
We weten dat weinig rood licht in verhouding tot verrood licht (lage R:FR) ervoor kan zorgen dat sommige planten sneller gaan bloeien. Weinig blauw licht (lage B) doet dat niet. Daarom kan het handig zijn om:
- Weinig rood licht te gebruiken als je wilt dat de plant groter wordt én gaat bloeien.
- Weinig blauw licht te gebruiken als je wilt dat de plant groter wordt, maar nog niet moet bloeien.
Rode lampen (leds) zijn beter in het omzetten van elektriciteit in licht dat planten kunnen gebruiken dan blauwe lampen. Ze geven meer “lichtdeeltjes” per beetje stroom. Deze lichtdeeltjes zijn fotonen. En deze worden gemeten in micromol fotonen. Oftewel, µmol fotonen?
Wat zijn µmol fotonen?
Om licht te meten, moet je weten uit hoeveel kleine deeltjes het bestaat. Die deeltjes noemen we fotonen. Voor planten meten we het licht met een speciale meter, een PAR-meter. Die meter laat zien hoeveel licht de plant kan gebruiken voor fotosynthese. Fotosynthese is hoe de plant energie maakt met licht. PAR staat voor “licht dat actief is voor fotosynthese”.
Wat betekent µmol?
De hoeveelheid PAR-licht meten we in een soort kleine beetjes per seconde. Die beetjes noemen we µMol/s (spreek uit als: micro-mol per seconde).
Deze meting laat zien hoeveel van die kleine beetjes licht een lamp per seconde uitstraalt. Eén µmol/s is heel erg klein, een miljoenste deel van een grotere hoeveelheid die we een mol noemen. Voor de liefhebber. Hier een diepte in het begrip van Mol. We gaan even naar de scheikunde.
µmol is een micromol. 1 mol bestaat uit 6,02214076×1023 elementaire deeltjes. De elementaire deeltjes zijn onder andere atomen, ionen, fotonen en elektronen. Als we het hebben over mol in licht, dan hebben we het over fotonen.
Een foton is in feite een klein energiedeeltje elektromagnetische straling. Je kunt dit nog verder uitdiepen. Maar dat gaan we nu niet doen. Dit was even om te laten zien wat het licht is en hoe we het meten. Trouwens, een plant heeft niet alle kleuren van het licht nodig voor fotosynthese. Alleen bepaalde “golflengtes” of kleuren zijn belangrijk.

Beschrijving foto:
Op deze foto zie je planten onder rood licht. Het kan ook zijn dat er verrood licht op de planten komt. Maar verrood licht kunnen we niet zien.