Press "Enter" to skip to content

De Benelux en de problemen van de asielopvang

Dit is een foto gemaakt met kunstmatige intellegentie. Op deze illustratie zie je een vluchtelingenstroom naar België, Luxemburg en Nederland

De Benelux en de problemen van de asielopvang

Nederland, België en Luxemburg. We zijn elkaars buren. Je zou denken: de problemen van de asielopvang zijn hetzelfde. Dit is niet zo. Elk land gaat er anders mee om. In Nederland is er veel geweld op straat en ruzie in de politiek. In België is er vooral een juridische strijd en een tekort aan hulp voor mensen. In Luxemburg is er een constante publieke discussie over een systeem dat onder grote druk staat.


We beginnen in Nederland

Het probleem in Nederland. De asielcrisis in Nederland gaat van discussie tot geweld. Waarom is er nog steeds druk op de asielopvang? Terwijl er minder asielzoekers naar Nederland komen als vroeger.

Het echte probleem: geen woningen voor statushouders

Het grootste probleem zijn de statushouders. Dit zijn asielzoekers die hier mogen blijven wonen en werken. Ze hebben een eigen woning nodig. Door de woningcrisis vinden ze geen huis. Daarom moeten ze in de asielopvang blijven wonen.

Wat betekent dit?

  • De opvangcentra blijven vol
  • Er ontstaat onrust in de opvangcentra
  • Politici maken zich zorgen
  • Buurtbewoners maken zich zorgen over nieuwe opvanglocaties

De woningcrisis zorgt er dus voor dat het asielprobleem niet wordt opgelost.


Ruzie over de Spreidingswet

De overheid maakte de Spreidingswet. Deze wet zegt dat gemeenten snel plekken moeten vinden voor asielzoekers. Buurtbewoners hadden beperkte inspraak. Gemeenten konden uiteindelijk verplicht worden als ze niet meewerken, ook als ze bezwaar hadden gemaakt. Dit maakte veel mensen boos in dorpen en steden. Bewoners wilden wel opvang in Nederland, maar niet in hun eigen buurt.

Dit zorgde voor veel spanningen. De meningen gaan steeds verder uit elkaar. Dit heet polarisatie.

Wat is polarisatie?

Polarisatie betekent dat meningen steeds verder uit elkaar groeien. Mensen verdelen zich in twee groepen: ‘wij’ tegen ‘zij’. Er is geen middenweg meer. Mensen begrijpen elkaar niet meer.

Voorbeeld: boerenprotesten

Bij de stikstofregels ontstonden twee groepen:

  • De ene groep wilde de natuur beschermen. Zij vonden dat er minder koeien moesten komen.
  • De andere groep wilde de boeren beschermen.

Mensen praatten niet meer met elkaar. Ze stonden boos tegenover elkaar.

Extreemrechts maakt gebruik van de woede die ontstaat door deze polarisatie

Dit hebben onderzoekers van Justice for Prosperity ontdekt. Gewone buurtbewoners protesteren rustig. Maar georganiseerde groepen misbruiken deze protesten. Dit zijn geradicaliseerde netwerken. Zij reizen naar de protesten toe en gebruiken geweld. Dit gedrag is rechtsextremisme.

Wat is rechtsextremisme?

Rechtsextremisme betekent dat mensen denken dat hun eigen groep beter is dan andere groepen. Ze willen de maatschappij compleet veranderen. Ze zijn tegen de democratie.

Hoe herken je rechtsextremisme?

  • Wij tegen zij: Rechtsextremisten maken een groot verschil tussen hun eigen groep en anderen. Ze zien immigranten of mensen met een andere religie als gevaarlijk.
  • Tegen democratie: Ze vinden onze democratische regels slecht. Ze willen een systeem waarin alleen hun eigen groep de macht heeft.
  • Geen samenwerking: Ze willen niet samenwerken met mensen die anders denken. Ze maken geen afspraken.
  • Hard optreden: Ze gebruiken harde woorden en zaaien haat. Soms gebruiken ze geweld om hun zin te krijgen.
  • Terug naar het verleden: Ze willen terug naar oude systemen waarin één persoon of groep alle macht had.

Kort samengevat: Rechtsextremisme is extreemrechts denken. Het leidt tot vijandschap tegen anderen en tegen de democratie. En dit kan ook met geweld.

Een voorbeeld van rechtsextremisme: De bestorming van het Amerikaanse Capitool. Dit was op 6 jauari 2021. Veel mensen weigerden de uitslag van de democratische verkiezingen te accepteren. Een groot deel van de mensen die daar waren hoorden bij extreemrechtse groepen. En dat zijn vaak mensen die veel geweld gebruiken. Dit om de politiek te dwingen hun zin te geven.


De situatie in België

Als je de grens overgaat naar België, dan zijn de problemen ineens anders. Ook hier is het asielnetwerk overbelast. In België heb je net als het Nederlandse COA een organisatie die de opvang regelt voor de asielzoekers. Dit heet in België: Fedasil. Een afkorting voor Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers. En ook Fedasil meldt dat in België de instroom van asielzoekers licht daalt. Ondanks de daling zijn er ook hier problemen.


Het grote probleem: op straat slapen

In België moesten alleenstaande mannen die asiel aanvroegen de afgelopen jaren vaak op straat slapen. Ze kregen simpelweg geen plek in de opvang.

Hierdoor ontstond er in België een grote juridische en humanitaire strijd. Dus het ging over het helpen van mensen in nood en het zorgen voor menswaardige omstandigheden. En juridisch: de overheid hield zich dus niet aan de wet.

Wat waren de gevolgen?

Duizenden boetes voor de overheid: Omdat de Belgische staat mannen op straat liet slapen, hield de overheid zich niet aan de wet. Rechters hebben de Belgische staat daarom al duizenden keren veroordeeld. De overheid moest toen grote boetes (dwangsommen) betalen, omdat ze de wet overtrad. De politieke partij N-VA zegt dat de overheid nu strenger bezuinigt en controleert. Hierdoor is het aantal boetes inmiddels gehalveerd. Toch blijft de situatie heel erg onzeker en moeilijk.

Protesten van hulpverleners: In België komen de protesten vooral van mensen die asielzoekers willen helpen. De vakbonden en de medewerkers van Fedasil hebben al vaak gestaakt. Zij stopten met werken, omdat ze boos zijn over de slechte plannen van de overheid. Ze vinden de situatie op straat onmenselijk. Aan de andere kant voert de rechts-populistische partij Vlaams Belang lokaal actie tegen de komst van nieuwe opvangcentra.

Minder geweld dan in Nederland: Toch is er een groot verschil met Nederland. De mensen in België die tegen asielzoekers zijn, laten dit vooral horen via hun stem bij de verkiezingen en in politieke discussies. Het georganiseerde, extreemrechtse geweld dat we in Nederland zien, zoals het aanvallen van opvangcentra met zwaar vuurwerk, komt in Vlaanderen en Wallonië bijna niet voor.


De situatie in Luxemburg

Luxemburg ontving in 2025 opvallend minder asielaanvragen dan de buurlanden. In 2025 telde Luxemburg 1.768 asielaanvragen, ruim onder het gemiddelde van 2.000 tot 2.600. Die daling komt deels doordat 462 Syriërs hun aanvraag introkken omdat ze via gezinshereniging een vergunning kregen. Daarnaast kregen minder mensen toestemming om te blijven. Het percentage goedgekeurde aanvragen daalde van 45% tot 2023 naar 36% (615 personen) in 2025.

Een andere reden is dat Luxemburg een klein land is. Het is wel een rijk land. Er is dan ook genoeg geld om de opvang van asielzoekers te betalen. Hierdoor heeft Luxemburg bijna geen last van politieke ruzies of geweld.


Geen geweld, maar bezwaren op papier

In Luxemburg zie je geen boze groepen of geweld rondom de asielcentra. Buurtbewoners protesteren er wel, maar zij doen dat op een rustige manier via officiële brieven of ze gaan naar de rechter. Zij maken zich bijvoorbeeld zorgen over het groen in de buurt. Of ze zijn bang dat hun eigen huizen minder geld waard worden. Er is in Luxemburg dan ook bijna geen sprake van ruzies tussen groepen bewoners.

Protest voor betere opvang

Net als in België komen de felste protesten in Luxemburg juist van mensenrechtenorganisaties. Zij hielden demonstraties in de hoofdstad Luxemburg-Stad. Zij maken zich zorgen over de slechte voorzieningen in de noodopvangkampen. Een bekend voorbeeld hiervan is het Tony Rollman-centrum in de wijk Kirchberg.

De discussie gaat in Luxemburg dus vooral over wat moreel juist is. De situatie werd zo moeilijk dat Yves Piron, de directeur van het ONA (Office National de l’Accueil) opstapte. ONA is de Luxemburgse overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de opvang.

Wat waren de problemen in de opvangcentra

  • Structurele overbezetting: Mensen horen hier slechts enkele dagen of weken te verblijven om geregistreerd te worden.
    Door de woningcrisis in Luxemburg is er geen doorstroom naar permanente woningen of reguliere asielzoekerscentra.
    Vluchtelingen (zowel Oekraïners als reguliere asielzoekers) zitten er inmiddels 5 tot soms wel 12 maanden vast.
  • Slechte hygiëne: Er zouden volgens activisten structurele problemen zijn. Volgens de overheid worden de opvangcentra regelmatig schoongemaakt. En ze zeiden dat de bewoners ook daar zelf voor verantwoordelijk zijn. Dus je eigen rommel opruimen.
  • Grote kritiek op leefomstandigheden: Mede door de slechte hygiëne is er last van schimmels. Gebrekkige douches in buitencontainers. En er is geen plaats voor privacy. Dit is met name in locaties die dienen voor de terugkeer van asielzoekers. Er waren zelfs parlementsleden die zeiden dat bepaalde opvangcentra eruitzien als gevangenissen.

Het politiek debat

Asielopvang is ook hier een belangrijk onderwerp. De oppositiepartij Déi Gréng, wat zoveel betekent als “De Groenen”, schaamt zich voor het huidige asielbeleid. Dit heeft voorzitter François Benoy gezegd. Het zijn onaanvaardbare en mensonwaardige omstandigheden, zei hij in een debat. Deze oppositiepartij eist ook een directe stop op het uitwijzen van kwetsbare asielzoekers.

De verschillen kort samengevat

De drie landen pakken de asielcrisis elk op een heel andere manier aan:

  • Nederland: De politiek is zwaar verdeeld. Rustige protesten van buurtbewoners worden misbruikt door georganiseerde, extreemrechtse groepen.
  • België: De opvangorganisatie Fedasil mocht van de overheid geen alleenstaande mannen opvangen. Dit leidde tot duizenden rechtszaken en boetes voor de staat. Het protest komt hier vooral van hulpverleners die staken voor betere omstandigheden.
  • Luxemburg: De opvang is heel klein en er is veel geld. Er is geen geweld op straat. Protesten gaan via officiële brieven over de huizenprijzen, of via mensenrechtenorganisaties die demonstreren in Luxemburg-Stad voor betere hygiëne in de opvang.

Wat zouden de landen van elkaar kunnen leren?

Wat kan Nederland leren van de buurlanden: Houd de protesten vreedzaam. In België en Luxemburg gaat de onvrede meer richting de politiek. Of ze gaan naar de rechter. En als er geprotesteerd wordt, dan zijn het veelal rustige protesten. Nederland kan leren hoe je de rust op straat bewaart en voorkomt dat gewelddadige, extreemrechtse netwerken de boel overnemen.

Wat België kan leren van Nederland en Luxemburg: Houd je aan de wet en voorkom dakloosheid: In Nederland en Luxemburg krijgt elke asielzoeker in elk geval een dak boven zijn hoofd (bed, bad en brood). België kan leren hoe je de opvang zó organiseert dat kwetsbare mensen niet gedwongen op straat hoeven te slapen.

Wat Luxemburg kan leren van Nederland en België: Bereid je voor op de toekomst: Luxemburg heeft nu een bevoorrechte positie omdat het land heel rijk is en weinig asielzoekers krijgt. Toch klagen hulporganisaties in de wijk Kirchberg nu al over de hygiëne. Luxemburg kan van de buurlanden leren dat je opvanglocaties op tijd moet moderniseren vóórdat de druk écht toeneemt.

Nu zou je kunnen zeggen: leer van elkaar. De politiek doet dit niet. Hoe komt dit?

Landen kijken vooral naar binnen: De politiek in elk land is druk bezig met de eigen interne ruzies. Nederland focust zich nu volledig op het invoeren van een strenger eigen asielsysteem en nieuwe nationale wetten. België is druk bezig met interne juridische discussies. Dit om de politieke ruzies over de straatopvang te verminderen. De politiek kijkt daardoor amper over de grens naar wat de buren beter doen.

Geen overleg over ’tips’, wel over strenge regels: Er is wel overleg tussen de landen, maar dat gaat niet over hoe ze de opvang menselijker of rustiger kunnen maken. Het overleg gaat bijna altijd over hoe ze de regels strenger kunnen maken om te zorgen dat asielzoekers naar een ánder land doorreizen. Landen zien elkaar in de praktijk eerder als concurrenten dan als bondgenoten.

De Europese Unie verplicht één vaste route: De politiek leert niet informeel van elkaar, omdat ze zich moeten voorbereiden op de strenge, nieuwe Europese regels: het EU-Migratiepact. Alle drie de landen moeten het Europese plan grotendeels per juni 2026 uitvoeren, al lopen de deadlines per onderdeel iets uiteen. Hierin staan vaste regels voor snellere procedures en strengere controles. De landen zijn dus vooral druk met het uitvoeren van de opdrachten uit Brussel, in plaats van dat ze zelfstandig bij elkaar op de koffie gaan om tips uit te wisselen.

Dus kort samengevat: Hoewel Nederland, België en Luxemburg veel van elkaars aanpak kunnen leren, gebeurt dit in de politiek helemaal niet. Nederland zou kunnen leren hoe je de rust op straat bewaart zoals in Luxemburg. België zou van de buren kunnen leren hoe je ervoor zorgt dat niemand op straat hoeft te slapen. Maar de politiek is hier op dit moment simpelweg niet mee bezig. Landen kijken alleen naar zichzelf. Daarnaast bereidt elk land zich nu apart van elkaar voor op het nieuwe Europese Migratiepact. Dit zijn strenge, verplichte Europese asielregels die vanaf juni 2026 ingaan. De landen zijn dus vooral druk met de opdrachten uit Brussel, in plaats van dat ze bij elkaar kijken voor handige tips.


Het geweld. Een apart hoofdstuk in asielbeleid

Ook in België en Luxemburg komen misdragingen en geweldsdelicten voor. Er zijn bijvoorbeeld in België 1.200 geweldsincidenten geregistreerd in het jaar 2024 volgens cijfers van Fedasil. Deze vinden hoofdzakelijk plaats tussen de asielzoekers onderling. Of deze zijn gericht tegen het personeel van de opvangcentra. Fysiek geweld tegen omwonenden is een heel klein deel van deze 1.200 incidenten. Wel is het zo dat de buurt er indirecte gevolgen van heeft. Dit heeft dan te maken met de dagelijkse leefbaarheid. De lokale economie heeft er last van. En bij de burger speelt het gevoel van onveiligheid een grote rol.

Een paar voorbeelden:

  • Volle buslijnen en treinstations in de buurt van een opvangcentrum. Hierbij ontstaan ook ruzies.
  • Huisartsen en spoedeisende hulp hebben een grotere werkdruk. Dit door asielzoekers met medische of psychische klachten. De asielzoekers worden hier dan ook naartoe gewezen.
  • Vuil in buurten. Zwerfvuil in parken, bushaltes en op pleinen.
  • Lokale ondernemers moeten meer uitgeven voor extra beveiliging. Denk aan bewakingscamera’s en particuliere beveiligers. Dit om overlast en winkeldiefstal tegen te gaan. Bijkomend probleem zijn dan de wegblijvende klanten. Sommige klanten mijden de plekken waar veel jongeren hangen.

Dus vergelijkbare problemen als in Nederland. In Luxemburg zijn de problemen kleiner. En toch stijgen ook hier de spanningen. In Luxemburg speelt de criminaliteit op onder asielzoekers. Hierbij moet je denken aan winkeldiefstal en zakkenrollers.

In de opvangcentra zelf, zoals het Tony Rollman-centrum, lopen de problemen hoog op. Denk aan verbale agressie. Vluchtelingen krijgen ruzie onder elkaar. En er is geweld tegen het personeel en de politie. Zware misdrijven door asielzoekers zijn in Luxemburg zeer zeldzaam. Dit doordat het hier kleinschaliger is dan in Nederland of België.


Profiel van de daders

Het overgrote deel van de asielzoekers in de drie landen misdraagt zich niet. Dit blijkt gewoon uit de cijfers van de landen. De problemen worden hoofdzakelijk veroorzaakt door jonge, alleenstaande mannen uit de zogenaamde ‘veilige landen’. Zoals bepaalde Noord-Afrikaanse landen. Het zijn personen die vrijwel geen kans maken op een verblijfsvergunning. Onderzoekers zien dit als een factor die het risico op overlast vergroot, al is dit geen automatisch verband.

Er zijn natuurlijk allerlei regels om bijvoorbeeld een verblijfstatus in te trekken na een zwaar misdrijf. In Nederland hebben we de veelbesproken zaak van de 17-jarige Lisa uit Abcoude. Dit versterkte de problemen rond asielzoekers in Nederland. Hebben België en Luxemburg mazzel dat het daar nog niet gebeurd is? Dit kun je op verschillende manieren bekijken.

Standpunt 1:

Velen beschouwen dit als een gevolg van een falend asiel- en veiligheidsbeleid. Nu de reden waarom de meesten er zo over denken. Deze 23-jarige Nigeriaanse asielzoeker genaamd Chris Jude was vlak voor de moord op Lisa al opgepakt voor aanranding. Hij werd daarna vrijgelaten. De kritiek is dat hij na dit vergrijp in detentie had moeten blijven of uitgezet had moeten worden. Dan had de moord voorkomen kunnen worden.

Als incidenten erger worden in en rond een opvangcentrum dan moet er strenger gehandeld worden. Doordat het erger wordt kom je tot de conclusie dat er niet goed of hard genoeg wordt ingegrepen.

Standpunt 2:

Een moord door een asielzoeker is uiterst zeldzaam. Dit zeggen criminologen, onderzoekers en bijvoorbeeld het COA. Want de meeste criminaliteit is klein. Denk aan winkeldiefstal, overlast en zwartrijden.

Je moet deze zaak van Lisa op zichzelf zien. Er worden tienduizenden asielzoekers opgevangen. De kans dat een asielzoeker een zwaar misdrijf begaat is klein. Door het gedrag van één persoon wordt een hele groep verdacht gemaakt. Dit was de reactie van de medebewoners van het opvangcentrum waar Chris Jude zat. Als je het vanuit dit standpunt bekijkt is een moord iets van een individuele dader. En niet van alle asielzoekers.

Het kan dus zeker toevallig zijn dat het is gebeurd. Een vreselijk misdrijf op de verkeerde plek en op het verkeerde moment. Velen zeggen echter dit: als er binnen een groep bekende overlastgevers zijn en criminelen, dan is het voorspelbaar dat er iets ergs gebeurt. Dit is ook het punt waar het vooral om draait, zeggen ze. Vooral na de moord op Lisa. Het is een voorspelbaar risico van het huidige opvangsysteem. Ze hebben geen grip op personen die crimineel zijn. Beide standpunten staan nog steeds tegenover elkaar in het publieke debat.


Conclusie. De EU-Migratiepact. Een ingewikkelde puzzel voor een groot probleem

Je ziet dat migratie een groot probleem is. Ik heb nu de Benelux-landen genomen om dit artikel te maken. Drie kleine landen in Europa, elk met zijn eigen problemen rond hetzelfde onderwerp. Het EU-migratiepact zal een probleem worden voor heel veel landen. Dit omdat elk land eigen problemen heeft rond de asielopvang. Je hebt de aankomstlanden aan de Middellandse Zee. En je hebt de doorreislanden. Zoals Nederland, Luxemburg en België.

Het pact is inmiddels gesloten. Dit omvat het volgende:

  • Strengere buitengrenzen
  • Snelle grensprocedures
  • Solidariteitsmechanisme: Dit is een regel om de migratiedruk op Zuid-Europese aankomstlanden te verlichten. Dit door de asielzoekers te verdelen. Andere landen kunnen asielzoekers overnemen. Als ze dit niet doen, dan kunnen ze ook een solidariteitsbijdrage van €20.000 betalen.

Het wordt een verplichting dat EU-landen op jaarbasis 30.000 asielzoekers opnemen. Stel dat Nederland minder asielzoekers wil, of misschien helemaal geen. Dan is Nederland verplicht te betalen voor elke niet-opgevangen asielzoeker. Deze verplichting wordt ook wel de verdeelsleutel genoemd. Deze staat omschreven in het Europese Asiel- en Migratiepact.


Hoe werkt het Europese Asiel- en Migratiepact in het kort?

We nemen als voorbeeld Griekenland. Als Griekenland te veel asielzoekers binnenkrijgt, meldt Griekenland dit aan de Europese Commissie.

Nu komt de verplichte solidariteit. De Europese Commissie ziet dat Griekenland na de melding steun nodig heeft. Als dit gebeurt, komt de zogenaamde ‘jaarlijkse solidariteitspool’ in werking.

Er volgt een verdeling. De Commissie kijkt nu naar de vooraf vastgestelde en berekende verdeelsleutel. Dan komt de vraag aan de landen, zoals Nederland, om een bepaald aantal asielzoekers over te nemen van Griekenland. Dit is dan de herplaatsing.

En dan kan Nederland een keuze maken. Nederland heeft dan de wettelijke keuze om deze asielzoekers op te vangen. Of kan deze weigeren? Dat mag ook. Het verzoek wordt dan geweigerd. Dan moet Nederland per asielzoeker € 20.000 betalen. Dit geld gaat dan niet rechtstreeks naar Griekenland. Dit gaat naar een zogenaamd ‘solidariteitspool’, die door de Europese Commissie wordt beheerd. Vanuit hier kan Griekenland dan geld ontvangen voor de asielzoekers die Nederland niet wil.

Zo werkt het in het kort. En aan dit korte voorbeeld van het EU-Migratiepact zie je waarnaar gekeken wordt. Wat er ook beschreven wordt, zijn regels wat te doen met asielzoekers die strafbare feiten plegen.

Uiteraard kun je niet alles voorzien. Neem het voorbeeld van de moord op Lisa. Het is zo dat asielzoekers gescreend worden. Zo worden vingerafdrukken afgenomen en een gezichtsscan gemaakt. Met die gegevens is het dan zoeken of een persoon geregistreerd staat in Eurodac, een Europese database. En of personen bekend zijn bij internationale politiesystemen zoals Interpol en Europol. De moordenaar van Lisa, Chris Jude (de naam die hij gebruikte), stond niet in deze systemen. Dit is het risico.

Dit onderwerp zorgt ook weer voor nieuwe discussies. Denk dan maar eens aan terroristen en oorlogsmisdadigers. Kwaadwillenden kun je helemaal niet uitsluiten. Vandaar dat er op Europees niveau ook veel te doen is rondom dit onderwerp. Er zijn geluiden om de grenzen te sluiten. Of de asielzoekers buiten Europa op te vangen. Hoe dan ook, het blijft nog lang een groot probleem.

Even een disclaimer over dit artikel

Het asielrecht is blijvend in beweging. Dit artikel geeft de situatie weer zoals bekend op
21 – 05 – 2026. Mochten er grote veranderingen komen dat kan het zijn dat er een vervolg komt op dit artikel.

Bronvermeldingen:

Tradingeconomics.com

www.euaa.europa.eu

België

Fedasil

N-VA.be

www.vrt.be

Nederland

Adviesraad migratie

https://www.adviesraadmigratie.nl

Universiteit van Amsterdam

RTV Utrecht

NOS

Europese commissie

Immigratie en Naturalisatiedienst

Montesquieu Instituut

College voor de rechten van de mens

Vluchtelingenwerk

EU-Migratiepact

Immigratie- en Naturalisatiedienst

Dienst identificatie en screening asielzoekers

Leren van elkaar

European Council on Refugees and Exiles 

Infomigrants Nederland

Infomigrants Luxemburg

Rijksoverheid

Mixed Migration Centre

Nationaal Implementatieplan Asiel en Migratiepact

Justice for Prosperity


Steun mijn journalistiek


Waarom ik je om een donatie vraag

Ik wil deze artikelen schrijven zonder dat een opdrachtgever over mijn schouder meekijkt. Ik wil de vrijheid hebben om diep in een onderwerp te duiken. Puur omdat het belangrijk is. Niet omdat het commercieel interessant is.
Jouw donatie is voor mij een persoonlijk zetje in de rug. Het zegt: “Ga door met dit schrijfwerk. We vinden dit waardevol.” Met jouw bijdrage koop je letterlijk tijd en onafhankelijkheid voor mijn journalistiek. Zo blijf ik kritisch en vrij kijken naar de wereld. Los van commerciële belangen.





Lees je dit op een computer? Dan kun je ook simpel de QR-code scannen met je telefoon.

QR code voor donaties